
6e BATALJON GARDE REGIMENT GRENADIERS
411 BATALJON INFANTERIE
Songgom, brief 13-10-1949
Lieve allemaal,

Begint het al te winteren in het vaderland. Hier is het nog droog, alleen vrij veel wind. Dat zijn we hier anders niet gewend. Het zal niet lang meer duren of de natte moesson breekt weer aan. Dan kun je je plezier weer op met alle dag dat water. Maar wie dan leeft, dan zorgt. Van de week weer post van jullie gehad. Post van thuis vind ik het fijnste. De rest interesseert me niet veel meer. De meeste correspondentieadressen van vrienden en vriendinnen heb ik tenminste maar opzij gezet. Voor ik hierheen ging ben ik nog in Tegal naar de kerk geweest. Na de dienst werden we door een Hollandse familie uitgenodigd voor de koffie. Dat verwonderde mij wel, want in het algemeen hebben we weinig contact met de Hollandse burgers. De meesten zijn lefschoppers. Maar uitzonderingen bevestigen de regel. Ik voelde mij er niet op mijn gemak. Het is heel vreemd om weer bij burgers in huis te zitten als je altijd maar een buitenpost zonder vrouwen gewend bent. Maar de koffie smaakte best. Net of ik ze thuis dronk als ze gefilterd is. Ik moet weer eindigen en doe dat met de hartelijke groeten van uw liefhebbende zoon.
Dagboek 12-10-1949
Vandaag verhuist naar Paker Barang, een kampong het binnenland in, waar nogal veel D.I. zit. Met acht man in een stenen huis gekropen midden in de kampong. Een eindje verderop ligt nog een twintig man politie. De volgende morgen konden we weer vertrekken, nu naar Songgom, een afgelegen post waar we als staande patrouille fungeren.